Handreiking kan-bepaling gepubliceerd


omslag
Een handreiking van Federatie Welstand en Vereniging BWT over de kan-bepaling, waardoor de ambtelijke welstandstoets mogelijk wordt.
→ Meer informatie


 

 

 

 

HOME

Welstand is één van de meest krachtige instrumenten in de ruimtelijke kwaliteit, een begrip dat betekenis krijgt door de koppeling van de kernbegrippen gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde aan maatschappelijke belangen: de economie, het sociale leven, de ecologie en de cultuur.

Welstandstoezicht heeft een historische staat van dienst. Het ontstond ruim een eeuw geleden omdat particulieren zich zorgen maakten over de ontsiering van de gebouwde omgeving. Welstandscommissies (voorheen schoonheidscommissies) adviseren gemeentebesturen dus al een eeuw lang over de uiterlijke verschijningsvorm van bouwplannen. Sinds 1962 zijn gemeenten verplicht in hun bouwverordening een welstandsbepaling op te nemen en daaraan gekoppeld een welstandscommissie aan te wijzen. Elke bouwaanvraag moet om advies aan deze commissie worden voorgelegd.

De welstandscommissie werkt in het algemeen belang van de stad of het dorp en onderzoekt of de particuliere wensen van degene die wil bouwen of verbouwen niet botsen met het algemene belang dat gericht is op het behouden en versterken van het typische karakter van buurten, wijken en streken. In de praktijk blijkt dat 75 à 85 % van alle bouwplannen door de commissie in eerste instantie positief wordt beoordeeld. De rest van de plannen voldoet na een aanpassing alsnog aan redelijke eisen van welstand; slechts een klein aantal plannen krijgt een negatief welstandsadvies.

Elke gemeenteraad benoemt zijn eigen welstandscommissie. Hierin zijn architecten vertegenwoordigd, maar soms ook stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten, cultuurhistorici, bestuurders of burgers zonder specifieke deskundigheid. Veel kleinere gemeenten werken in regionaal verband samen: deze regionale welstandscommissies zijn allemaal aangesloten bij een van de negen professionele provinciale welstandsorganisaties. 73 Gemeenten hebben een eigen welstandscommissie en zijn niet aangesloten bij de regionale samenwerkingsverbanden of welstandsorganisaties. 94 % van de welstandscommissies is lid van de Federatie Welstand.

Veranderingen in het welstandsbeleid
In reactie op groeiende kritiek en na advies van de Rijksbouwmeester is in januari 2003 de nieuwe Woningwet van kracht geworden. 'Welstand op een nieuwe leest'  is daarmee een feit geworden: welstand is transparant, voorspelbaar en democratisch.
Deze wet heeft diverse gevolgen voor welstandsbeleid met zich meegebracht. Er is sprake van een sterke decentralisatie en deregulering. Dit betekent het volgende:
- Indien gemeenten welstandsbeleid willen voeren, zijn de gemeenteraden verplicht een welstandsnota vast te stellen. Hierin leggen zij het welstandsbeleid voor gemeentelijk grondgebied vast.
- De beraadslagingen van de welstandscommissie moeten voor belanghebbenden en belangstellenden openbaar toegankelijk zijn.
- Jaarlijks dient de commissie verantwoording af te leggen in de vorm van een jaarverslag.
- De zittingstermijn van leden is maximaal drie jaar met de mogelijkheid van een eenmalige verlenging met eenzelfde termijn.
- Gemeenten kunnen nu burgers in de commissie opnemen, doordat in de wet niet langer sprake is van een ‘commissie van onafhankelijke deskundigen’, maar van een ‘onafhankelijke commissie’.
- Gemeenten kunnen de welstandadvisering in handen leggen van een stadsbouwmeester in plaats van een welstandscommissie.

Een andere ontwikkeling is een ‘verbreding’ van welstandszorg, waarbij er een relatie tot de beleidsterreinen Ruimtelijke Ordening en Landschapsbeheer wordt gezocht. Welstandscommissies en -organisaties groeien uit tot adviescommissies voor de ruimtelijke kwaliteit, die ook geraadpleegd worden over bijvoorbeeld reclamebeleid, bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen en de kwaliteit van de gebouwen in het landschap.