Infrastructuur katalysator gebiedsontwikkeling

Seminar over infrastructuur en gebiedsontwikkeling

Olympische infrastructuur

mag je ook mooi inpassen


Sober en doelmatig komt terug, maar infrastructuur van Olympische kwaliteit mag ook mooi zijn. Dat was de boodschap Siebe Riedstra, directeur-generaal Mobiliteit op het ministerie van Verkeer en Waterstaat, op het seminar ‘Infrastructuur als katalysator van gebiedsontwikkeling’ 29 september in Amersfoort. De levendige middag was een initiatief van Connekt, de Federatie Welstand, de Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling en Twynstra Gudde.

               overhandiging essay

Essaybundel over infrastructuur en schoonheid

Directeur Flip ten Cate van de Federatie Welstand heeft op het seminar de bundel ‘Gebiedskwaliteit rond infrastructuur’ gepresenteerd. Zijn boodschap: denk ook aan schoonheid bij infrastructuur en gebiedsontwikkeling. De bundel bevat bijdragen van onder meer Hugo Priemus, Jeroen den Uijl en Friso de Zeeuw. Hij is aan te vragen met een e-mail aan info@fw.nl.

Gebiedsagenda’s: meer dan infrastructuur

Riedstra noemt het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT in plaats van MIT) met de “R van ruimte” een sprong voorwaarts. Hoewel de combinatie van infrastructuur en gebiedsontwikkeling voor de hand ligt, zijn dat in de praktijk vaak gescheiden werelden. Zie de nieuwe sleutelprojecten om de kwaliteit van de stations én de stationsomgeving van Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Rotterdam en Utrecht op te waarderen. En decentralisatie, publiek-private samenwerking, ingewikkelde contractvormen, Europese regels en niet te vergeten de economische crisis maken het er niet makkelijker op. Riedstra is verheugd dat er op verschillende plaatsen gebiedsagenda’s ontstaan die verder reiken dan infrastructuur alleen. In de analyses, knelpunten en uitdagingen van die aanpak draait het ook om oplossingen voor wonen, werken, bedrijvigheid, mobiliteit, natuur, landschap en water.

R in MIRT is ook de R van relaties

Om die reden is voor Cora van Nieuwenhuizen, gedeputeerde mobiliteit en infrastructuur van de provincie Noord-Brabant, de R in het MIRT ook de “R van relaties”. Als voorbeeld vertelt zij over de N69, de Rijksweg van Eindhoven naar de Belgische grens die de provincie met een bruidsschat van ettelijke miljoenen euro’s heeft overgenomen van het Rijk. Samen met partijen als gemeenten, stadsregio, waterschappen en belangenclubs worden nu plannen gesmeed voor het hele gebied met de op te knappen weg als spil. Van Nieuwenhuizen noemt dat de ‘brede belangen benadering’: alle partijen aan tafel en alle plannen op tafel.

Mooie of lelijke dozen langs snelweg

Dat kost in het begin meer tijd maar levert aan het eind van de rit betere resultaten op, bevestigt Job Klaassen, gedeputeerde mobiliteit, financiën en bestuur van Overijssel. Die provincie is met alle gemeenten langs de A1 om de tafel gaan zitten om af te spreken dat niet elke gemeente z’n eigen bedrijventerreintje langs “de mooiste snelweg van Nederland” legt. Dit om verrommeling tegen te gaan. In de zaal ontstond discussie over de vraag of de nieuwe Grolsch-fabriek nou een voorbeeld is van een mooie of lelijke ‘doos’ langs de A35.

Kan infrastructuur ook duurzaam?

Ton Venhoeven, Rijksadviseur voor de Infrastructuur, schetst de veranderende invalshoek van het project Routeontwerp. Aanvankelijk werd de snelweg gezien als een herkenbare, doorgaande route. Later werd Routeontwerp meer een vraagstuk van ruimtelijke kwaliteit en beleving, zowel van weg als omgeving. En nu luidt de vraag: hoe dragen infrastructuur en mobiliteit bij aan een duurzame samenleving? Twee onderwerpen ziet Venhoeven met stip stijgen: het belang van knooppunten en de opkomst van langzaam verkeer (lopen en fietsen).

Onberekenbaar, overtrokken, onbeholpen & overkokend

Friso de Zeeuw, hoogleraar van de Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling aan de Technische Universiteit Delft, heeft het laatste woord. ‘Infra aan de macht’, luidt de titel van zijn betoog.
Als bedreigingen voor de samenhang tussen infrastructuur en gebiedsontwikkeling ziet hij vier O’s: onberekenbare overheid (blijven polderen), overtrokken ambities (er gebeurt niets), onbeholpen communicatie (oorlog met belangenclubs) en overkokende overheadkosten (markt haakt af). De moraal van zijn verhaal: het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft tot 2028 miljarden budget voor nieuwe infrastructuur, daar ligt dus de sleutel. En zijn advies voor complexe project: maak ze simpeler door ze in behapbare brokjes te knippen.

Op de hoogte blijven: stuur een e-mail

Gezien de actualiteit en animo voor het onderwerp infrastructuur en gebiedsontwikkeling krijgt deze middag waarschijnlijk een vervolg. Wie op de hoogte wil blijven van de activiteiten kan een e-mail sturen naar info@fw.nl.